Fabriek Rosmeulen Nerem

Vandaag is het exact 100 jaar geleden dat de fabriek van Rosmeulen in Nerem door de Duitse soldaten werd geplunderd. Op 28 augustus 1914 kwam de bloeddorstige kapitein aan in Mal. Hij bedreigde de bevolking, nam de burgerwacht gevangen en stuurde die jongens naar Duitsland. ’s Avonds trok de kapitein met soldaten naar het chocolade-en peperkoekfabriek van mr. Rosmeulen, aan het station van Nerem onder voorwendsel dat ze moesten zien of er geen wapens verborgen waren. De soldaten braken er alle deuren open, maar eerst een kamer waar de eigenaar veel wijn en sigaren verborgen had en waar ook geweren, revolvers en stukken van een auto verborgen lagen. Meteen namen ze mr. Rosmeulen gevangen en voerden hem op een kar naar Tongeren. Nu hadden die Duitsers de handen vrij en plunderden ze die avond voor meer dan 50.000 fr. Alle soldaten waren zat. Ze dronken wijn uit bierglazen en voerden kisten wijn, peperkoek en chocolade naar Duitsland.

De fabriek werd in 1909 opgericht. De plannen werden ontworpen door Florent Jean Rosmeulen (° Berg 13 juli 1885) samen met zijn eerste schoonzoon Ernst Bels. Architect Legard van Verviers zorgde voor de technische uittekening. Het gebouw werd opgetrokken in een moerassig gebied. Daarom werden per heipaal telkens 4 eiken boomstammen verankerd, zodat het hele conplex geschraagd werd door 700 boomstammen. In de buitenmuren waren 2 luchtschachten voorzien. Het fabrieksgebouw met een forse voorgevel van 200 m in jugendstil telde eerst 2 verdiepingen, maar door de afschaffing van de kinderarbeid, werd deze verdieping gesloopt. Het torengebouw telt 5 verdiepingen. Regenwater werd in waterreservoirs onder het dak opgevangen om het hele gebouw van stromend water te voorzien. Overtollig en gebruikt water werd afgevoerd in een rond het gebouwencomplex aangebrachte gracht. De oorspronkelijke deuren en vensters waren in eikenhout uitgevoerd. Van de straatkant werd een conciërgewoning opgetrokken met een onregelmatige achthoek als grondplan en bestaande uit 5 verdiepingen.

Aanvankelijk was dit een chocoladefabriek, waar 100 mensen werk vonden. De fabriek had een eigen aansluiting op het spoor. De ruwe cacaobonen werden op de vijfde verdieping aangevoerd en ondergingen vervolgens op iedere verdieping een aanvullende behandeling, waarna het gereed product op de begane grond verpakt en verzonden werd naar o.a. de Belgische Congo. De directeur van de fabriek nam zijn intrek in Kasteel De Bijs, later gekend als kasteel Rosmeulen, aan de overzijde van de straat. De fabriek Rosmeulen was één van de eerste gebouwen in België, waarvoor gewapend beton werd gebruikt. WO I legde de productie stil wegens gebrek aan grondstoffen. Na de oorlog werd het bedrijf heropgestart en in 1920 werd de onderneming een NV onder de naam Anciens Etablissements Rosmeulen. In 1931 kwamen er problemen met het beheer en in 1934 werd de fabriek openbaar verkocht. Hierna kreeg het gebouw een militaire bestemming: achtereenvolgens trokken het Belgische leger, de Duitse bezettingstroepen en de Amerikaanse bevrijdingstroepen in het gebouw. In 1948 werd de zaak verkocht aan Bosson, fabrikant van weefgetouwen. In 1972 werd het eigendom overgedragen aan Riskin tingieterij. Tijdens de tingieterij periode werd de specifieke ingang met gekleurd jugendstil glas gerealiseerd. Uiteindelijk vertrok de tingieterij naar de Luikersteenweg waar in 1976 eveneens een vestiging van Riskin werd geopend, en kwam een kunstencentrum in het fabrieksgebouw. In juni 2013 heeft SBS Properties o.l.v. architect Theo Spies de plannen gemaakt om 63 exclusieve lofts te maken in de chocoladefabriek Rosmeulen.