GRM wordt geen cultureel-erfgoedinstelling

De Vlaamse Regering heeft beslist om in de beleidsperiode 2019-2023, naast het M HKA en KMSKA, geen bijkomende collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties aan te duiden als cultureel-erfgoedinstelling.

Het Cultureelerfgoeddecreet van 2017 laat de Vlaamse regering, naar analogie met de kunstinstellingen, toe om grote collectiebeherende organisaties (musea, culturele archiefinstellingen, erfgoedbibliotheken) met een internationaal en excellent niveau van cultureel-erfgoedwerking aan te duiden als cultureel-erfgoedinstelling. Collectiebeherende organisaties konden zich hiervoor vrijwillig kandidaat stellen.

Deze ‘cultureel-erfgoedinstellingen’ dienen toonaangevend te zijn op het vlak van kwaliteit en van management. Ze vormen een internationale referentie, een uithangbord en spelen een grote algemene of specifieke maatschappelijke rol voor Vlaanderen. De wijze waarop de cultureel-erfgoedwerking uitgevoerd wordt, geldt als voorbeeld voor andere spelers in het cultureel-erfgoedveld. Een cultureel-erfgoedinstelling is m.a.w. landelijk maar vooral ook internationaal een vuurtoren van en voor Vlaanderen.

7 bijkomende musea dienden op 15 december 2017 een aanvraag in voor de erkenning tot cultureel-erfgoedinstelling:

  • Gallo-Romeins Museum, Tongeren
  • In Flanders Fields Museum, Ieper
  • Musea Brugge
  • M-Museum Leuven
  • Museum voor Schone Kunsten Gent
  • Mu.ZEE, Kunstmuseum aan zee Oostende
  • Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent

Om als cultureel-erfgoedinstelling aangeduid te worden, moet een organisatie voldoen aan zeven criteria:

  • de functies uitvoeren op internationaal niveau;
  • over een collectie cultureel erfgoed van minstens landelijke betekenis beschikken;
  • een cultureel-erfgoedwerking ontplooien met een internationale schaalgrootte en reikwijdte;
  • een dienstverlenende rol vervullen op landelijk niveau, indien van toepassing;
  • voldoende scoren op maatschappelijke en culturele inbedding en engagement;
  • over een adequate infrastructuur beschikken voor de uitvoering van de functies;
  • volgens de principes van goed bestuur een performant zakelijk en financieel beheer voeren met een dynamisch management en een solide financieel beleid.

Zes van de zeven aanvragers voldeden echter niet aan minstens één van de criteria. Twee  musea voldeden ook niet aan het decretale minimum op het vlak van publieksbereik, nl. gedurende de afgelopen vijf jaar minstens drie jaar 120.000 bezoekers per jaar tellen of de haalbaarheid daarvan aantonen.